zaterdag 19 maart 2011

Polly

een donkerte had zich uitgestrekt over de kleine ruimte. in de hoek, op de harde tegels, lag een foetus. ze was nog niet volledig bij kennis. ver weg klonk het tikken en ruisen van een radiator, misschien op de gang, misschien in de kamer ernaast, als de muren dik genoeg waren. met gesloten ogen probeerde ze enige regelmaat in de tikken te vinden. geërgerd opende ze haar ogen, maar ze merkte geen verschil. nadat ze dat twee keer gedaan had, kwam ze tot de slotsom dat ze niets kon zien en deed haar ogen toe. haar armen schoven onder haar lichaam, en ze zette zich af om op te zitten.

haar eerst ongeschonden armen zaten nu vol schaven, maar ze zat. steunend op twee muren, met haar knieën opgetrokken tot haar schouders. de spieren onder haar naakte huid rilden, om het gevoel van de verdamping van het inspanningsvocht tegen te gaan. met haar laatste arm reikte ze om zich heen om kleding te vinden. het enige wat ze greep was een linnen doek, van een in dit antilicht onbestemde kleur. die sloeg ze om en ze verzonk weer.

haar ziel rees niet op, toen er voetstappen klonken. een droog klikje was te horen, en boven de drempel verscheen een oranjig streepje licht. schoenen liepen, een deur ging open. wat gerommel klonk, en de schoenen liepen weer terug. de deur viel dicht. het licht bleef aan.

een draadje spuug droop uit haar linkermondhoek naar beneden. ze werd wakker en veegde het weg met de handrug. toen pas had ze door dat er licht was. het golfde en draaide, maar gaf haar voldoening dat ze nog kon zien. de stoeptegelvloer was een waterbed. op haar, de doek en de stoeptegels op de vloer was er niets. de draaiingen werden erger, en ze viel om.

met een zware adem werd ze wakker. het licht was weer uit, maar ze rook iets anders in de kamer. naast de betonrotgeur lag er voedsel te ruiken. de droge cracker vond zonder licht een weg naar haar mond. zonder een gedachte ging ze weer liggen. de wereld draaide zwart.

toen ze wakker werd, vloeide licht de kamer binnen. een donkerblauwe ochtendjas lag opgevouwen in de deuropening. op een vloer als ijs kroop ze er naartoe. ze voelde haar knieën en armen verpijnen, maar ze kon het. ze trok hem aan en klauwend aan de deurpost rees ze, strompelend het licht in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten